You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het jongste, fraai uitgevoerde boek van Antonie Ladan gaat over de manier waarop wij als volwassenen naar kinderen kijken. De nadruk ligt op wat er in de binnenwereld van volwassenen gebeurt dat we kinderen zo weinig serieus nemen. Hoe kunnen we zo onbewogen en afzijdig blijven? Dat kan alleen als daar het vooroordeel aan ten grondslag ligt dat kinderen minder waard zijn dan volwassenen, is zijn stelling. Het door zelfonderzoek slechten van dit vooroordeel zou worden geremd door impliciete haat jegens kinderen. Voor de uitwerking van deze aannames beroept hij zich op uitgebreid feitenmateriaal waarnaar het notenapparaat verwijst. Zo blijken verwaarlozing, mishandeling en seksueel misbruik van
kinderen veelvuldig voor te komen. Ladan sluit hiermee aan bij wijlen Dries van Dantzig, die al in de vorige eeuw de actiegroep raak oprichtte (Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling). Ook Van Dantzig verbaasde zich over het ontbreken van een vaardigheidsbewijs voor opvoeding. Zelfs een verklaring van goed gedrag is niet nodig voor ouderschap. Het is een « onvoorwaardelijke gezagstoekenning » aan ouders. Ook noemt Ladan als voorbeelden van verwaarlozing de rampzalige overheveling van de jeugdzorg en kinderpsychiatrie naar de gemeentelijke overheden en de deplorabele staat van het onderwijs met als gevolg dat « een kwart van de vijftienjarigen eenvoudige teksten niet goed begrijpt en functioneel analfabeet is » (p. 28).
Ladan laat zien hoe gemakkelijk we ons laten leiden door vooroordelen die georganiseerd zijn door onbewuste cues van alle ervaringen, kennis, fantasieën en gedachten die in vele jaren zijn binnengekomen. Deze vooroordelen ontkennen welhaast vanzelfsprekend de autonomie van kinderen. De aldus opgeslagen informatie is even aannemelijk als de zintuiglijke waarneming. « Pas als ik bereid zou zijn om bij mijzelf te rade te gaan, zou dat hebben kunnen leiden tot de constatering dat het om een vooroordeel gaat » (p. 43). Dit is precies de crux. Een vooroord