You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wie had ooit kunnen denken dat de twintigste eeuw onmiddellijk zou worden gevolgd door de elfde eeuw?
De voorgaande woorden zijn afkomstig uit het boekje Hoe genees je een fanaticus (2016) van de in 2018 overleden Israëlische romanschrijver en essayist Amos Oz.1 Het bestaat uit twee met intellectuele scherpte en ironie geschreven essays. Hierin probeert de auteur de vragen te beantwoorden wat fanatisme behelst en hoe iemand daarvan «afgeholpen» kan worden — bijna terloops rekent hij af met enige clichés over het Palestijns-Israëlische conflict.
Het scharnier tussen de elfde en het begin van de eenentwintigste eeuw in het voorgaande citaat wordt gevormd door een impliciete verwijzing naar de kruistochten die erin plaatsvonden en het massale geweld dat deze met zich meebrachten. Begin 2002 kondigde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush in zijn State of the Union een kruistocht af tegen landen die zich in zijn ogen schuldig maakten aan het bieden van een schuilplaats aan moslimterroristen. Over de gevolgen van die «war on terror» werd onvoldoende nagedacht in het Witte Huis, en deze spelen nog steeds een rol in de huidige politieke situatie van Irak, Afghanistan en het Midden-Oosten in het algemeen.
De elfde eeuw in het citaat betreft de kruistochten in de middeleeuwen. Gefinancierd en georganiseerd door de rooms-katholieke kerk en Europese vorsten hadden deze tot doel Jeruzalem te bevrijden van de toenmalige islamitische heersers. Het door paus Urbanus ii in 1095 oproepen tot de eerste kruistocht ontaardde evenwel al bmnnen Europa, met name in het Rijnland, tot slachtpartijen onder de daar levende Joodse bevolkingsgroepen. Opgehitst door fanatische volkspredikers gingen moorddadige meutes los op «de vijanden van Christus» die in hun eigen dorpen en steden woonden. Je zou dit als een verregaand voorbeeld kunnen zien van het verliezen van kritische vermogens en het uitageren van primitieve, vaak agressieve impulsen in menigtes, zoals door Freud beschreven in z