You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Iedere psychoanalyticus zou Kierkegaard als analysant wensen; zijn ironie is aanstekelijk, zijn zelfreflectie is scherpzinnig en rijk aan nuances, en zijn kwinkslagen verrassen zelfs de meest ervaren lezers. Wanneer u literatuur wilt lezen die gevoed wordt door een trefzekere ironie en die is uitgekristalliseerd in een taal van de hoogste verfijning en diepgang, dan beveel ik u de lectuur van Of-Of van Sxren Kierkegaard van harte aan. Maar laat ik u eerst vertellen waar het werk over gaat en waarom het relevant is voor lezers van dit Tijdschrift.
Kierkegaard heeft zijn tekst gegoten in de mal van een raamvertelling. In deze context voert hij de vondst op van een briefwisseling die hij bij toeval onder ogen kreeg tussen de heren A en B, die in de correspondentie anoniem blijven, maar in feite alter ego's van Kierkegaard zelf zijn. Beide scribenten komen te spreken over vele zeer diverse onderwerpen waarover zij tegengestelde standpunten innemen, maar soms elkaars mening overnemen en er dan een dialectische wending aan geven. Het hoofdthema dat de uitgever van deze correspondentie (Victor Eremita, nog een alter ego van Kierkegaard) eraan ontleent, is de verhouding van het innerlijk en het uiterlijk.
Waar gaat dit boek over, en waarom is het zo relevant voor psychoanalytici? Kort gezegd is dit boek een sublieme weergave van een monologue intérieur, die te vergelijken valt met Prousts @ la recherche du temps perdu, maar dan met wat meer humor. De thema's in Of-Of zijn zeer divers, maar worden bij elkaar gehouden door een geniaal denker en schrijver die bij ieder onderwerp dat hij aanpakt bij zichzelf uitkomt, een zelf dat voortdurend twijfelt, nuanceert, het standpunt van een ander inneemt, om vervolgens zijn eigen standpunt te wijzigen. Meanderend door het landschap van het leven van bijna twee eeuwen geleden, de kunsten — vooral de muziek —, de huwelijkse relatie, de positie van de voorganger (dominee, zoals hij zelf ook was) enzovoort, neemt Kierkegaard nergens een onw