You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Is de ethiek verwaarloosd door de psychoanalyse? Dat is het thema van het laatste boek van Alessandra Lemma. Het boek is een pleidooi voor ethische zelfdiscipline in de psychoanalyse en weet te laveren tussen moralisme, ethisch handelen, en richtlijnen zoals die geleerd worden in de opleiding tot psychoanalyticus. Lemma's motief om ethiek te bestuderen kwam voort uit dilemma's in de eigen praktijk. Ze noemt onder meer vraagstukken die samenhangen met genderproblematiek, en het gevoel dat er situaties zijn waarbij analytici strikt lijken vast te houden aan «de perfecte grondregels» (vrije associatie, geen contact buiten de spreekkamer, neutraal zwijgen, frequente overdrachtinterpretaties, verbod op zelfdisclosure), waardoor de patiënt tekortgedaan kan worden qua betrokkenheid. Moet het anders, en zonder in de valkuil te komen van de wilde analyse? Ze realiseerde zich dat de verantwoordelijkheid van de analyticus, de ethiek van de ruimte en de betrokkenheid voor de ander, een weinig besproken deel van de opleiding was. En dat ze tekortschoot in het denken en spreken over ethische dilemma's. Ze ging ethiek studeren.
Er is een morele en een ethische dimensie. Het morele, dat wat Freud benoemde als superego, is straffend en veroordelend — het internaliseren van vroege verboden —, en dat kan gepaard gaan met heftig schuldgevoel. Het ethische betreft instemming met dat wat de mens de ander verschuldigd is: dat wat goed is voor de ontwikkeling van die ander.
Ze roept op om zichzelf en elkaar vragen te stellen: «live and love the questions». Dat is belangrijker dan de antwoorden: die kunnen alleen gaan over specifieke concrete vragen. Ethische vragen stellen houdt in dat situaties bezien worden vanuit ethische principes. Die worden in haar boek helder afgeleid van de principebenadering van Beauchamp en Childress . Zij geven de volgende vier criteria:
1 Respect voor autonomie: de plicht om de besluitvormende vaardigheid van autonome personen te respecteren.
2 Geen schade toebren