You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Langs deze weg bedank ik Mark Kinet voor zijn reactie. Het is fijn als een schrijfsel anderen in de pen doet klimmen; het opent ruimte voor dialoog. Kinet geeft interessante aanvullingen, die echter het bereik van mijn artikel te buiten gaan.
In een eerdere versie stond in de inleiding vermeld dat ik het niet zou hebben over de werking van geheugenprocessen als zodanig, noch over neuropsychoanalyse. Wegens aanzienlijke inkorting van de oorspronkelijke tekst, die het maximum aantal woorden overschreed, is onder meer de vermelding van deze afbakening van het opzet weggevallen. Om dezelfde reden heb ik exact hetzelfde door Kinet aangehaalde citaat van Etchegoyen geschrapt. Voor zijn tweede opmerking geldt een beetje hetzelfde: het door Kinet aangehaalde onderscheid tussen mentale processen en inhouden en tussen aktuaal- en psychopathologie leidt tot behandeltechnische kwesties, waarop ik — in mijn cartografie van een ideeëngeschiedenis — juist níét wilde focussen.
Kinets opmerkingen, die nauw aanleunen bij de in het artikel behandelde thematiek, impliceren de vraag of het artikel de thematiek niet te beperkt benadert. Volgens mij echter zijn ze relevant als aanvullingen, maar zijn ze niet fundamenteel voor de — meer overkoepelende — insteek van het artikel. Ik denk dat de zaken waar hij op wijst zich op een ander niveau afspelen.
De verschillende soorten geheugenprocessen, evenals de aard van het mentaal «materiaal», zijn volgens mij ondergeschikt aan de in het artikel besproken posities, die elk een specifieke relatie tussen verleden en heden belichten. Ik bedoel dat, of er nu verondersteld wordt dat er een expliciet dan wel een impliciet geheugen in het spel is, geen van beide gevallen bepalend is voor de keuze van de analyticus om zich te richten op het verleden waarop het geheugen in kwestie betrokken zou zijn dan wel op de beleving van de actuele analytische relatie. In het geval van impliciete geheugenprocessen zullen velen wellicht voor de tweede attitude opteren w