You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De organisatoren van deze studiedag waren er niet voor bevreesd om hoge verwachtingen aan te wakkeren bij de deelnemers. Wat ter tafel lag, was niets minder dan het probleem van de agressie. Hoe kunnen wij denken over deze fundamentele menselijke « problematiek » waarmee wij dagelijks geconfronteerd worden, zowel bij onze patiënten als bij onszelf?
En alsof dit complex thema niet volstond, werd deze studiedag gehouden ter nagedachtenis van Philippe Van Haute, hoogleraar filosofie en vroegtijdig gestorven. Hij had zoveel betekend voor de psychoanalytische theorie, de Belgische School voor Psychoanalyse en voor de vele collega's aanwezig in de zaal of online. Om dit postuum eerbetoon nog extra kracht bij te zetten, hadden de organisatoren ervoor gezorgd dat iedere spreker van de studiedag een persoonlijke band had gehad met Philippe Van Haute, wat bleek bij de aanvang van elke lezing.
Bao Sissoko bracht ons met zijn stem en met de noten van zijn kora, een Afrikaanse harp, in de juiste stemming om deze reis door-heen de tijd en de psychoanalytische theorie in te zetten.
Het uitermate praktische belang van een goede theorie werd door Jan Cambien opnieuw centraal gesteld, hiermee wijzend op het fundamenteel samengaan van kliniek en theorievorming in het psychoanalytisch werkveld.
Een bevlogen Paul Moyaert situeerde zichzelf als « collega in competitie » van Philippe. In een mooie anekdote wist hij fijntjes te delen dat beiden zicht hadden op elkaars studeerkamer. Hun onderlinge relatie was gekenmerkt door vele intellectuele meningsverschillen, wat hen beiden « goed wakker » hield. Met veel verve en energie, wat cafeïne overbodig gemaakt had, bracht de eerste spreker een grondige analyse van de problematiek van de agressie vanuit Freuds metapsychologie. Uit dit betoog bleek vooral de mateloosheid van het Boven-Ik problematisch, bij monde van een spreker die zelf wel aangaf te houden van mateloosheid. In de hierop volgende respons nam Andreas De Block een heel ander standpunt