You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het spreekt vanzelf dat een biograaf het eigen leven vergelijkt met dat van de gebiografeerde. Dat deed ik ook in de jaren vanaf 2017, toen ik werkte aan de biografie van Hans Keilson (1909-2011). Ik zag in hem veel wat ik zelf niet was: Duits-Joodse vluchteling, onderduiker, romanschrijver, psychiater, psychoanalyticus, musicus, sportliefhebber. Door een onderwerp te kiezen dat ver van me afstond, werd mijn reis door het leven van de ander des te boeiender. Via brieven, artikelen, boeken en interviews kreeg ik veel — dramatische — informatie te verwerken. Zo deed zich al in de jaren twintig, op het gymnasium, voor de jonge Hans iets voor wat ook mij als auteur een schok gaf: zeker anderhalf jaar weigerden zijn klasgenoten met hem te praten, omdat hij een antinationalistisch gedicht van Heinrich Heine had willen bespreken. Achteraf zag hij zelf ook een positieve kant van dit probleem: hij werd gedwongen na te denken over zijn verhouding tot zijn medeleerlingen, en hij ontwikkelde een zeker incasseringsvermogen. Wellicht was dat het begin van een psychoanalytische blik, zoals hij zelf opmerkte.
De Neurenberger rassenwetten uit 1935 waren een klap in het gezicht van Keilson en zijn niet-Joodse, katholieke vriendin Gertrud Manz. Ze waren in gevaar. Als er werd aangebeld, kon het zijn dat je verraden was en werd opgepakt wegens « rassenschande ». De situatie werd grimmig. In 1936 vluchtten ze naar Nederland, waar ze een nieuw bestaan opbouwden: Hans als raadgever en therapeut voor kinderen, vooral ook immigrantenkinderen die het moeilijk hadden, en Gertrud als grafologe. Ook de ouders van Hans vluchtten naar Nederland. Alles leek veilig. In januari 1940 schreef Hans Keilson in een brief dat Nederland z'n verdediging op orde had en dat de publieke opinie zich ontwikkelde in een sterk anti-Duitse richting. Toen de invasie toch kwam, raakte hij in paniek. In blinde wanhoop en woede sloeg hij in huis tegen alles wat hij maar kon raken. Gertrud moest er een arts bij halen om