You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het is dit jaar honderd jaar geleden dat de Franse schrijver André Breton de aanzet gaf tot het surrealisme met zijn Manifeste du surréalisme (1924). In Brussel werd dit jubileum van 21 februari tot 16 juni van dit jaar gevierd met een uitgebreide overzichtstentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten ofwel Bozar. De naam van de tentoonstelling, Histoire de ne pas rire, verwijst zowel naar de humor in het Vlaams surrealisme als naar een boek van de Vlaamse dichter Nougé, de theoreticus van de Vlaamse surrealisten.
De tentoonstelling bestond voornamelijk uit werken van kunstenaars als Camille Goemans, Marcel Lecomte, Louis Scutenaire, E.L.T. Mesens en natuurlijk René Magritte, en toonde veel beeldend werk met fragmenten van teksten van Nougé als rode draad daardoorheen. Daarnaast waren er ook enkele werken van andere, niet-Vlaamse, surrealistische kunstenaars te zien, zoals van Salvador Dalí, Joan Miró, Max Ernst en Man Ray.
Bij het surrealisme als kunstvorm ging het erom te werken via vrije associaties, via droomwerk, het spel van gedachten. Maar daarnaast waren de surrealisten van het eerste uur ervan overtuigd dat de kennis over het onbewuste de mensheid zou helpen om aan sociale normen en conformisme te ontsnappen. De vrije associatie zou niet alleen de kunst bevrijden; nee, men zag het als een superieure realiteit, een oplossing voor alle problemen in het leven. Via de vrije associatie zouden mensen weer heer en meester worden van het paradijs van kinderlijke verbeelding, seksualiteit en poëzie. Het was dé manier om het politieke en sociale discours omver te werpen, misschien zelfs wel de weg naar revolutie, en het werd zo een uiting van loyaliteit aan het communisme.
Het is geen toeval dat het begin van het surrealisme samenvalt met de opkomst van de psychoanalyse. Breton was namelijk zelf nogal gefascineerd door deze toen nog revolutionaire behandelmethode. Als jongeman studeerde Breton geneeskunde en hij werkte gedurende de Eerste Wereldoorlog in een psychi