You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Voornoemd artikel van Wilfried Peeters moedigt aan en vraagt naar « meer ». Deze reactie wil hier alvast een aanzet toe geven. Peeters wil de lezers van het Tijdschrift immers verzekeren dat psychoanalyse een interessante bijdrage kan leveren aan hun werk met patiënten die een diagnose van « autisme » vernamen. En dat is een moedige onderneming, want, zoals de auteur, « vanuit een perspectief van niet-analytisch geschoolde autismehulpverlener », bij het begin van zijn tekst aangeeft, is de psychoanalytische benadering van kinderen met autisme stevig bekritiseerd en krachtig veroordeeld.
Het vraagstuk autisme doet de gemoederen oplaaien, misschien niet het minst omdat de complexiteit van een aandoening die een kind raakt in de meest menselijke aspecten van zijn ontwikkeling, niemand onverschillig kan laten.
Wie ouders met een autistisch kind ontmoet, wordt ongetwijfeld beroerd door het drama dat zich hier afspeelt. Hoe onbeschrijflijk pijnlijk is het niet voor hen om vergeefs te blijven hopen op een geruststellend teken van herkenning, op een gebaar van het kindje dat de bijzondere en authentieke relatie tussen hen bevestigt en dat hun laat zien wat hem/haar gelukkig of ongelukkig maakt, om te hopen dat pijn en ziek-voelen hun tijdig gaat opvallen voordat er ernstige ongelukken gebeuren, en, ten slotte, om te moeten leven met de schulden schaamtegevoelens van geen « gewoon » gezin te hebben.
Zo hebben ouders van een autistisch kind ook de psychoanalyse niet nodig om zich schuldig te voelen.
Daarbij komt nog dat de versnippering en ontoereikendheid van de hulpverlening hun vaak het gevoel geeft van volstrekt alleen te staan in de strijd om een volwaardig leven voor hun autistisch kind, de andere kinderen in het gezin en zichzelf.
Autisme is een ontwikkelingsstoornis, en al lijkt hiermee voor sommigen « alles gezegd te zijn », hierin schuilt precies de moeilijkheid van het debat en de goede redenen voor Peeters om voorzichtig, ook doordacht, de plaats van de psychoanalyse i