You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Na een aantal jaren waarin vele betrokken therapeuten het zonder hadden moeten stellen als gevolg van de coronacrisis, was het op 28 november jl. opnieuw zover: een studiedag voor leden van het register Affect Fobie Therapie (AFT) van de NVPP. Wie dacht zich te kunnen nestelen in een comfortabele stoel om zich te laven aan versnaperingen en aangereikte kennis, kwam bedrogen uit: het werd geen saaie verjaardag met gasten in een grote kring; er zou «gedanst» worden. Het lijf stond namelijk centraal tijdens deze AFT-studiedag; en na een hartelijke ontvangst door Quin van Dam (AFT-therapeut), die voor velen al jaren de belichaming is van de AFT, werd de deelnemers gevraagd hun stoelen aan de kant te zetten en zich in tweetallen op te stellen voor een oefening onder de bezielende leiding van Annemieke Bakker (psychomotorisch therapeut). Bij deze oefening werden we niet alleen aangemoedigd de spieren los te maken, maar ook uitgenodigd om aandacht te geven aan ons lijf en om ruimte te maken voor activerende gevoelens van spontaniteit, vrijheid en verbinding. Er zouden op deze studiedag nog vele oefeningen volgen.
De speciale aandacht ging uit naar de volgende vraag: hoe kunnen wij als therapeuten onze cliënten aanmoedigen om meer in contact te komen met hun lichaam, en hen stimuleren om dat wat ze opmerken en ervaren
in hun lichaam van emotionele betekenis te voorzien? Daarom draait het immers in de AFT: cliënten helpen om datgene te gaan voelen wat ze te weinig voelen, wat er afgeremd is geraakt, of wat simpelweg in hun levensgeschiedenis nooit tot ontwikkeling is gekomen. Anders gezegd: om samenhang te ervaren tussen de signalen van hun lichaam en hun gevoelens. Daarop aansluitend stond een tweede onderwerp centraal, namelijk de lichaamsbeleving van de therapeut zelf: hoe kunnen wij als therapeuten sensitief worden voor onze somatische tegenoverdracht, zodat we deze kunnen gebruiken om op sommige momenten beter te onderkennen wat de cliënt ervaart? En hoe kunnen we wat