You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Gevraagd door het redactiecomité om een reactie te schrijven op het imposante artikel van Jaap Ubbels, eerder in dit nummer, merkte ik meteen dat mijn aandacht voornamelijk opgeslorpt zou worden door de grote Noord-Zuidverschillen in onze respectievelijke analytische culturen, in dit geval betreffende de kinder- en jongerenanalyse. Vlamingen en Nederlanders: we delen dezelfde taal, wonen op een boogscheut van elkaar, organiseren samen Nederlandstalige psychoanalytische events — denk maar aan de Summer University Psychoanalyse —, werken samen in de Stichting Psychoanalyse & Cultuur, er gaan uitnodigingen over en weer, er wordt goed samengewerkt in ons redactiecomité, enzovoort. En toch: wat een wereld van verschil als je wat meer onder de oppervlakte kijkt. We hebben andere analytische stamvaders/-moeders, andere opleidingsmodellen, zijn beïnvloed door andere denkers, kenden een verschillende Europese geschiedenis, en worden bepaald door andere financieringsstructuren van de zorg. Het viel me op in het boeiende artikel van Ubbels dat hij, meegevoerd door de geschiedenis van de psychoanalyse, zich concentreert op de integratie van de verschillende analytische strekkingen die zich zo aandienden, namelijk de traditionele Ik-psychologische kinderanalyse, zoals ze door Anna Freud en haar Nederlandse vrienden (onder wie Jeanne Lampl-de Groot en Annie Katan) werd voorgestaan, met de kleiniaanse invloeden die pas later in Nederland ingang vonden (Freud 2017).
Om deze reden is het artikel van Ubbels een belangrijk historisch document, omdat het een getuigenis is van de vijftigjarige carrière van een kinderanalyticus in Nederland en zijn inspanning om verschillende denklijnen en technische methodes in kinderanalyse te verenigen. Zo geeft hij aan in wezen trouw te blijven aan de rijke inzichten uit de Ik-psychologie, hoewel de laatbioniaanse en veldtheoretische inbreng voor hem een authentieker contact van de kinderanalyticus met het kind mogelijk maken.
De Nederlandse kinderpsyc