You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Projecteren. We doen het allemaal. En veel ook. Maar zodra in een overleg of intervisie de term «projectieve identificatie» valt, ontstaat vaak discussie en verwarring. Discussie over het al dan niet correcte gebruik van de term, over het verschil tussen projectie en projectieve identificatie, over wat zich nou precies intrapsychisch afspeelt bij de patiënt en in de overdrachts-tegenoverdrachtsenscenering, over de vraag of de analyticus zich niet te veel heeft laten verleiden tot enactments, over de vraag of hij of zij wel de juiste duidingen heeft gedaan en verwarring over wie wat op wie projecteert.
Projectieve identificatie is een complex concept en misschien is de ontstane verwarring eerder een aanwijzing dat er weleens sprake zou kunnen zijn van projectieve identificatie. Bovendien benadrukt elke analyticus verschillende karakteristieken van dit concept, afhankelijk van de theorie die hem of haar het meest aanspreekt. Buiten kijf staat dat projectieve identificatie in de klinische praktijk een waardevolle bijdrage levert. Een en ander was aanleiding voor de Werkgroep Melanie Klein van de NPaV, een werkgroep geïnitieerd en begeleid door Leontine Brameijer en Marjolein de Craen, om zich gedurende ruim anderhalf jaar te verdiepen in dit concept. De hierin opgedane kennis en inzichten werden gedeeld met collega-analytici en niet-analytici op een studiemiddag
op 22 maart j.l. met de veelzeggende titel: De alomtegenwoordigheid van Projectieve Identificatie. Projectieve identificatie beperkt zich namelijk niet tot mensen met ernstige persoonlijkheidsstoornissen. Het is niet een mechanisme dat zich uitsluitend voordoet in de kliniek. En het is ook niet een mysterieus of abstract concept waarover alleen ervaren analytici hun zegje kunnen doen. Het is een mechanisme dat aan de basis ligt van het bestaan van eenieder van ons.
Dit uitgangspunt vormde de centrale lijn van een inleidende lezing gevolgd door een zevental workshops. Leontine Brameijer schetste op heldere wijz