You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het driedaagse internationale congres voor neuropsychoanalyse 2024 vond plaats in het mooie Trieste. Ditmaal was het onderwerp « conversie en daar voorbij », met elf hoofdsprekers en hiernaast maar liefst tien parallelle symposia.
Hieronder wil ik jullie in het kort laten delen in het plezier dat ik andermaal beleefde aan de confrontatie tussen neurowetenschappen en psychoanalyse en wat voor creatieve ideeën hier allemaal uit voorkwamen. Men had ook zichzelf niet gespaard. Notoire tegenstanders van het psychoanalytische begrip « conversie » en van het inmiddels ingeburgerde idee van de zeven basisemoties van Panksepp waren eveneens uitgenodigd. Dit beloofde dus vuurwerk.1
Andrea Clarici, onze gastheer in Italië, verzorgde de eerste lezing en bracht meteen enkele hoofdthema's op tafel, met om te beginnen recente verschuivingen in de DsMdiagnostiek. De rol van psychologische factoren als (mede)oorzaak van de conversiestoornis was als criterium al weggelaten in de overgang van DsM-iv naar DsM-V, maar wat velen niet hadden opgemerkt was een subtiele, maar ongemeen belangrijke verschuiving in de overgang van DsM-V naar DsM-V-tr. Daar waar in de DsM-V de rubriek nog Conversiestoornis (functioneel-neurologisch-symptoomstoornis) heette, werden in de DsM-V-tr de termen verwisseld en werd het Functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (conversiestoornis), afgekort fnss. Deze intentionele ingreep komt voor velen neer op het weghalen van het hele conversieverhaal uit de psychiatrie en overheveling naar de neurologie.
De man die hier de hoofdverantwoordelijke van was, Jon Stone (Edinburgh), was eveneens spreker op het congres. Hij vertelde ons dat fnss-patiënten de op één na grootste groep patiënten zijn in elke neurologische praktijk (16%) en dat het tijd wordt dat neurologen deze patiënten ernstiger nemen (het goede nieuws). Dit betekent voor hem dat men de diagnose grondig stelt, op basis van « positieve klinische tekens », en een op hun problematiek toegesneden behandeling voors