You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De redacteur en samensteller van het boek Against catastrophism — Climate change, pandemics, and hope for the future, de Italiaanse psychoanalyticus Cosimo Schinaia, nodigde vijf psychoanalytici, twee economen, een antropoloog en een gastro-enteroloog annex voedingsdeskundige uit om hun mening te geven over catastrofisme. Dit begrip wordt in wetenschappelijke zin gedefinieerd als plotselinge, krachtige en onomkeerbare veranderingen op aarde die relatief kortdurend en cataclysmisch van aard zijn in contrast met geleidelijke processen die zich uitstrekken over langere tijdperiodes. De meeste auteurs hanteren echter de meer gangbare betekenis van « doemdenken ». Het resultaat van deze samenwerking is een bundel van elf essays met een beperkte
onderlinge samenhang en sterk uiteenlopende kwaliteit. Dit maakt het mogelijk de hoofdstukken los van elkaar te lezen. Na zijn voorwoord neemt Schinaia zelf het eerste hoofdstuk voor zijn rekening met de ambitieuze titel Hope in a changing world between individual creativity and collective working through. Hij verwijst in dit relatief korte essay naar maar liefst 95 auteurs: van Paus Franciscus tot een uitgebreid citaat van het poëtische dankwoord van Gabriel García Márquez bij diens Nobelprijs voor literatuur in 1982. De bijdrage blijft vooral een opsomming van wat anderen vinden. Ze mist een duidelijke structuur of logische opbouw omdat een waardering, evaluatie of synthese van uiteenlopende standpunten ontbreekt. Schinaia maakt dat echter in het slothoofdstuk van het boek ruimschoots goed. Hij bespreekt daarin onder meer de invloed van natuurrampen op patiënten zowel in hun directe ervaringen als in dromen. Angstaanjagend blijkt vooral hetgeen vertrouwd was en zich nu in een unheimliche vorm openbaart. Terwijl de buitenwereld instabiel, onvoorspelbaar en onbetrouwbaar wordt kan de stabiliteit van de psychoanalytische setting bij uitstek een tegenwicht bieden als een « facilitating environment » met een analyticus die « conta