You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het Institutional Matters Forum, een werkgroep van de European Psychoanalytical Federation, verenigt psychoanalytici uit zeven Europese landen. Als huidig voorzitter
van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse heb ik meerdere van hun bijeenkomsten bijgewoond, wat mijn belangstelling voor het boek Dynamics of psychoanalytic institutions alleen maar heeft aangewakkerd. Šuljagić en haar collega-auteurs verkennen de complexe dynamieken binnen psychoanalytische verenigingen: hun historische wortels, groeipijnen, breuken, vernieuwingen, en niet het minst hun kwetsbaarheid. De historiek van de International Psychoanalytical Association (ipa) vormt het vertrekpunt in het boek. Wat begon als Freuds woensdagavondbijeenkomsten in 1902 — laagdrempelig en open —, groeide al snel uit tot een georganiseerde vereniging met statuten, congressen en een wetenschappelijke missie. De oprichting van de Weense Vereniging in 1908, gevolgd door de ipa, markeerde die overgang. Freud, zich bewust van het opkomende antisemitisme, trachtte de psychoanalyse te verankeren buiten de grenzen van het hebben van een Joodse identiteit.
De vroege geschiedenis werd gekenmerkt door conflicten: Adler, Stekel en Jung verlieten de ipa omdat ze op een aantal terreinen van mening verschilden met Freud en zich door hem niet genoeg erkend voelden. Later volgden discussies over lekenanalyse, de opleiding (het Eitingon-model) en de kinderanalyse. De controverses tussen Klein en Anna Freud waren fel, maar leidden opmerkelijk genoeg niet tot een breuk in de British Society. De politieke context — het nazisme, de Holocaust — had wél diepgaande institutionele gevolgen: bloeiende verenigingen verdwenen (zoals Boedapest) of verkommerden (zoals Wenen). Londen nam de rol van centrum over.
Frankrijk kende na de oorlog, en dan vooral in de jaren vijftig, hevige interne strijd. Chervet beschrijft hoe pragmatische aanpassingen, zoals lagere frequentie van de analyse en collectieve supervisie, noodzakelijk waren om te kunn