You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Claire heeft geen klok nodig om te weten dat de drie kwartier bijna om zijn. Een paar minuten voor het einde van elke sessie staat ze abrupt op en vertrekt. Ze groet niet, ze rondt niet af. Als ze weg is, blijf ik als verweesd achter. Ik voel me een container vol verlatenheid.
Wat vertellen cliënten met de manier waarop ze hun sessie beëindigen? Hoe vertrekken ze? Is dat te rijmen met hun verhaal? Past het bij hun innerlijke dynamiek? Welke sfeer laten ze achter? Wat voor tegenoverdrachtsgevoelens roepen ze op?
Sommige cliënten willen liever niet weg. Zoals de jongeman die steevast traag zijn jas dichtknoopt. Bij elke volgende knoop slaakt hij een korte zucht. Steeds wekt hij de indruk dat hij nog iets gaat zeggen. Meestal komt er niets. Wel sluit hij de ogen dikwijls een moment. Alsof hij de realiteit van de beperkte tijd nog even wil buitensluiten. Zijn kleverige rekken van de tijd irriteert me. Tegelijk voel ik me een tikje sadistisch nadat ik hem de deur uit geloodst heb.
Dat is anders bij de jongedame die, telkens als ik aankondig dat we gaan stoppen voor vandaag, de controle over de afronding kaapt met: «Dat is goed, nog één ding en dan rond ik af.» Sommigen verdragen de cliëntpositie slecht. Vanaf het rangeerspoor voel ik lichte verbijstering. Cognitief ben ik haar erkentelijk. Hoe duidelijk wil ik het onderliggende lijden hebben? Als ze weg is, betrap ik mezelf op het strekken van mijn rug en een paar diepe ademteugen. Kwestie van wat ruimte terugveroveren, vermoed ik. Ik voel weerstand om over haar na te denken zodra ze weg is, alsof ze al mijn mentale ruimte opgesoupeerd heeft.
Stuift iemand woedend de kamer uit, dan zijn er twee opties. Of je blijft achter met die knetterende razernij in de lucht en onrust in je lijf, of je cliënt keert na een afkoelrondje op zijn schreden terug. Dan heb je therapeutische mazzel. Boosheid is een ondergewaardeerd affect in behandelingen. «Ontvangen, verteren en helpen woorden geven», is het devies (Draijer & Van Zon 2013). Maa