You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Psychische groei kan niet plaatsvinden zonder psychische pijn. Dat is de kern van het denken van Bion zoals hij dat vanuit zijn kleiniaanse achtergrond heeft ontwikkeld. Hierin onderscheidt dit denken zich van het freudiaanse model, waarin pijn iets is dat verholpen kan worden door een juiste mate van driftontlading (Symington 1996, p. 2-10, p. 79; Wille 2006, p. 294).
Psychische groei en ontwikkeling staan in het kleiniaanse denken in het teken van de beweging van de paranoïde-schizoïde positie naar de depressieve positie, een beweging die niet eenmalig alleen in de vroege ontwikkeling gemaakt moet worden, maar later telkens opnieuw. Een stagnatie in deze bewegingsmogelijkheid kan liggen in het niet kunnen verdragen en verwerken van de psychische pijn waarmee het bereiken van de depressieve positie gepaard gaat. Dit is een vorm van pijn die onderscheiden moet worden van traumatische pijn die in bijna iedere behandeling eveneens een centrale plaats inneemt. Bion spreekt van ‹growing pains› (1963, p. 63), die gevolg zijn van het onder ogen zien van een innerlijke werkelijkheid die tot dan toe te beschamend en onverdraaglijk en te kwellend was om gedacht te kunnen worden en daarom als een pijnlijk ‹ding› — een bèta-element1 — uitgedreven moet worden. Psychische groei is direct afhankelijk van iemands ‹beslissing› om deze innerlijke werkelijkheid te verdragen en onder ogen te zien (depressieve positie), dan wel om zich ervan te blijven ontdoen en buiten zichzelf te plaatsen (paranoïde-schizoïde positie). Splijting en projectieve identificatie zijn de wegen waarlangs dit laatste gebeurt. Maar tegelijkertijd is projectieve identificatie ook een communicatiewijze die het in de prille moeder-kind-relatie mogelijk maakt het onverdraaglijke draaglijk te maken. Daarnaast is splijting in de vroege ontwikkeling, maar ook daarna, een manier om een al te traumatische werkelijkheid het hoofd te kunnen bieden.
Zo staan traumatische pijn, splijting en projectieve identificatie in een